Jos Cremers – kijken met het hart, vormen met de handen

Jos Cremers (1959) groeide op in het Limburgse Tegelen, een dorp aan de Maas waar klei, vuur en keramiek al generaties lang onderdeel zijn van de geschiedenis. Misschien werd daar, zonder dat hij het toen wist, al een klein zaadje geplant voor iets wat later diep in hem zou groeien.

Al van jongs af aan werkte Jos met kinderen die extra zorg en aandacht nodig hebben. Daar leerde hij misschien wel zijn grootste kwaliteit kennen: écht kijken naar mensen. Niet alleen zien wat iemand doet, maar voelen wat iemand beweegt. Wat iemand meedraagt. Wat soms niet wordt uitgesproken.

Pas rond zijn veertigste ontdekte Jos een andere passie die al die jaren ergens in hem verborgen had gelegen: het werken met klei. Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uit tot een manier om te vertellen zonder woorden.

Jos kijkt met aandacht naar de mensen om hem heen. Naar lichaamstaal, gedrag, emoties, kwetsbaarheid en de waarden die iemand kenmerken. Die indrukken blijven niet oppervlakkig; ze nestelen zich als het ware op zijn innerlijke harde schijf. En vervolgens gebeurt er iets bijzonders: zijn handen geven vorm aan wat zijn ogen en hart hebben opgemerkt.

Zijn keramische basis ontstond in keramisch centrum De Tiendschuur in Tegelen, waar hij lessen volgde bij Yvonne Zeldenthuis. Vanuit die basis verdiepte hij zich verder via zelfstudie, experiment en vooral veel doen.

Elk beeld dat onder zijn handen ontstaat is herkenbaar, uniek en met grote zorg ontworpen en gemaakt. Zijn werk raakt vaak aan menselijke thema’s: verbinding, verstilling, kwetsbaarheid, humor, verlies, kracht en herkenning.

Naast vrij werk maakt Jos ook persoonlijke opdrachten. Beelden die ontstaan vanuit een verhaal, een herinnering, een bijzonder moment of een diep gevoel. Werk dat niet alleen gezien wil worden, maar vooral wil raken. Want juist daarin ligt voor Jos de essentie: iets maken waarin mensen zichzelf, een dierbare of een stukje leven herkennen.

Op kunstmanifestaties en tentoonstellingen deelt hij zijn werk met het publiek. Niet alleen om te laten zien wat hij maakt, maar om mensen even stil te laten staan — en misschien iets te laten voelen.

“Mijn handen maken wat mijn ogen hebben gezien en mijn hart heeft opgeslagen.”